dinsdag 24 november 2009

Trembling Moose in de Dutch Magpie

Na 48 dagen was ons geld op. Het brandstofmetertje van onze Chrysler op rood. Het was niet de eerste keer dat we zonder benzine langs de kant van de weg stonden. Maar waar we andere keren nog konden rekenen op hulp van andere weggebruikers, waren we ditmaal in een adembenemend mooi maar vrijwel uitgestorven natuurgebied helemaal op onszelf aangewezen. We besloten onze wagen te dumpen, te gaan lopen en tijdens onze tocht maar weer iemand aan te houden. Over John waren we inmiddels wel heen. Gelukkig hadden we gekozen voor de scenic route langs Lake Couer d’ Alens in het noorden van 'Gem State' Idaho, dat maakte onze voettocht een stuk draaglijker. Na een half uur wisten we een truck te stoppen. Achter het stuur zat een stoere indiaan. Zware wenkbrauwen, druk getatoeëerde armen en een strakgespannen bolle buik. Zijn kalmerende stem en zijn goedige (bij)naam ‘White Birdie’ trokken ons over de streep. We stapten in, ploften neer op het afgesleten bankje en lieten ons naar Kellogg brengen, het dorpje waar de wortels van Birdies familie liggen. Tijdens de rit voerden we geanimeerde gesprekken over de meest primitieve manier van hiking in de ongerepte natuur. We moesten er eigenlijk niet aan denken ons a la 'Into the Wild' zonder hulpmiddelen uit de outdoorwinkel aan de grillen van de wildernis over te geven. We vertelden Birdie dat we door onze dollars heen waren. Zijn Amerikaans/Indiaanse gastvrijheid speelde op.  No way dat hij ons zomaar ergens bij een aftakking van een highway in Kellogg zou dumpen. We waren inmiddels buddies en verdienden meer zorg. We kregen een rondleiding door Birdies huis en het omliggende land met koeien en paarden.  We schudden zijn hartelijke (even doorvoede) vrouw Leanne een hand. Naar goed gebruik nodigde ze ons uit voor het avond eten. We kregen alvast een kijkje in de keuken en hadden door de elandkop aan de muur zo het vermoeden dat het grote homp vlees op het aanrecht van hetzelfde dier afkomstig zou was. ’s Avonds aten de kinderen van Birdie en Leanne ook mee. Na het zware maal werden we door  stralende zoon Feast Feather (Fred voor luilakken, niet voor ons) uitgenodigd om naar de Dutch Magpie te gaan, het casino/ club van zijn neef Trembling Moose (ookwel Stanley genoemd, maar wij prefereren Moose). Het cactus digestief (55%) leek iets te helpen bij de vertering en krikte zeker ons enthousiasme op. En of we er zin in hadden.



Zonder een dollar op zak, maar met Feast Feather tussen ons in liepen we de curieuze tent binnen. Het eerste wat we zagen was een immense felgekleurde totempaal. Ik ontkoppelde me en maakte verbaasd een rondje om de paal. Er zat een ATM in verwerkt, het was dus duidelijk een replica. Terwijl ik nog met mijn hoofd bij de paal was kwam er een forse indiaan met klassieke vlecht aangelopen met een dienblad met vier kleine glaasjes. Een welkomstdrankje van Moose voor zijn neef en de twee blonde schonen. Toen ik Moose beter bekeek zag ik tot mijn verbazing een streepje boven zijn bovenlip. Indianen en gezichtshaar waren toch geen gebruikelijke combi? Met mijn enorme zwak voor snorren zwengelde deze ontdekking mijn interesse in deze stoere indiaan flink aan.  Ik stak deze interesse (die verder ging dan alleen de achtergrond van zijn snor willen weten) niet onder stoelen of banken. Gelukkig werd deze begrepen en kwam er binnen de kortste keren nog een dienblad vol van die hartverwarmende shotjes aan. Ditmaal gebracht door een of andere lieftallige assistente die zowaar wel Pocahontas zusje leek (het kon ook aan de drank liggen).  Het casinodeel van de club lieten we links liggen, aan de opzwepende muziek die eerst van een cd kwam, maar later live werd verzorgd hadden we genoeg. We imiteerden vogels en renden  als kleine kinderen achter elkaar om de totempaal heen. Buiten adem, rood aangelopen hoofde, gezicht constant op standje hysterisch blij.  Toen werd Christina’s Dirty ingezet en kreeg ik een ingeving. Die totempaal kon ook beklommen en bereden worden! Tesse keek gegeneerd de andere kant op. Moose kon zijn lach niet meer inhouden. Met een groot gevoel van plaatsvervangende schaamte fluisterde Tesse iets in het oor van Moose. Even later werd ik opgeschrikt door Moose’ diepe stem die schreeuwde ‘Serena, doe niet zo typisch!’ In een reflex liet ik de paal los. Het is dat er rood tapijt op de grond lag, anders had mijn avond een andere wending gekregen. Nu kon ik nog lachen toen Moose boven me hing om me van de grond te rapen. Ik zag nu vanuit deze nieuwe hoek ook dat zijn snor geen reliëf had. Zo’n snor had ik nog niet eerder tegen mijn gezicht gevoeld. In een flits besloot ik hem te overdonderen met een kus. Ik tilde mijn hoofd op, kwam half overeind en pakte hem vol op z’n bek. Moose pakte me met zijn vadsige doch krachtige armen bij mijn middel op en tilde me hoog boven zijn hoofd.                 

Wannabe camgirls in Seattle



Ons vliegtuig landde op Seattle-Tacoma International Airport. Tesse en ik hadden maanden lopen zeiken over de depressieve mist die er over Nederland hing sinds de kredietcrisis. Werk was er niet voor ons, althans niet het soort werk waar wij onszelf geschikt voor achtten. Tesse heeft me zelfs nog geprobeerd over te halen om een poosje als webcamgirl aan de slag te gaan. Aanvankelijk sputterde ik nog wat tegen, maar eigenlijk had ze best een punt met het argument dat ik zowel dansend en tietenschuddend op feestjes succes heb als op datingchats.  Waarom zou je die twee dan ook niet combineren en er je centen mee verdienen? Ik vind dat je als academica niet zomaar voor een ordinaire uitbater van seks- en contactsites moet gaan werken. Even overwogen we om een site op te starten waar de behoeftige man/vrouw terecht kan voor intellectuele gewillige vrouwen. Na een brainstormsessie met een paar flessen (omfiets!) huiswijn bij vriendin M. toogden we opgewonden en enthousiast over ons businessplan in wording naar Paradiso. Omsingeld door een zestal kansloze underaged dronken vakantievierende Britten vergaten we ons topidee al gauw. Als we nou een aantal hitsige ballen om ons heen hadden gehad waren we misschien weer op ons webcamplan gekomen en hadden we het hen voor kunnen leggen en misschien wel.... 

Hoe dan ook, Tesse en ik moesten en zouden de Hollandse misère ontvluchten. De bestemming haalden we van Lastminute.nl. We vonden dat we het moesten doen met een budget van 240 euro. Voor het ticket dan, daarnaast reserveerden we ieder 500 euro aan zakgeld. Bijverdienen kon altijd ter plekke nog. Avondje kansloos flyeren voor de een of andere club ofzo en we zouden weer een weekje kunnen eten. Tijdens onze halfslachtige voorbereiding hadden we nog besluit genomen over onze manier van reizen. Beide hadden we een lichte voorkeur voor liften. Bij aankomst in Seattle bleek echter al gauw dat deze methode voor ons nogal duur uit zou kunnen vallen. Ik bedoel, ik heb echt geen moeite om af en toe iets in natura te betalen, maar de sporen die de betaling achterlaten mogen niet te diep zijn. Helaas vond de eerste de beste redneck (John) die bereid was ons een aantal kilometer in zijn roestige Ford Thunderbird te vervoeren het nodig om ons hard aan te pakken. Wij wachtten buiten terwijl John voor zichzelf een sandwich ham& cheese en voor ons een fles diet coke haalde in het winkeltje bij het tankstation.  We vonden het al lang duren, waren erbij gaan zitten in het gras naast de parkeerplaats. We waren inmiddels in een discussie beland over het gebrek aan sexappeal bij de truckers die we tot dan toe hadden begluurd vanuit de Thunderbird toen John in een razendsnelle beweging Tesse tegen haar borstbeen beukte.  Er ontstond een worsteling. Tesse en ik tegen John, uiteraard. John bleek gedronken te hebben en kon het niet uitstaan dat we het met z’n tweetjes zo gezellig hadden terwijl hij in de rij stond voor versnaperingen. We kwamen er achteraf gezien nog goed vanaf. Tesse slechts een gescheurde nagel en een paar donkerrode tandafdrukken op haar schouder en ik een stuk of vijf blauwe plekken (ben ik gevoelig voor) en een schaafwond op mijn knie van toen ik struikelde toen ik weg probeerde te rennen om hulp te halen.  Wat John allemaal aan ons heeft overgehouden zal ik je besparen, maar dat hij diezelfde avond iets had uit te leggen aan zijn dronkemansvrienden in de bar in zijn hometown is evident. Hoewel het uiteindelijk met een sisser afliep en we niet keihard zijn aangerand (op wat gefrustreerd geknijp in onze borsten) besloten we nog maar één lift te nemen, naar het dichtstbijzijnde autoverhuurbedrijf.

maandag 16 november 2009

Kiloknallers en gamba’s

Gerrid en Trijntje belden als eerst aan bij huize Voorschoten, vijf minuten voor de tijd die op de knullig geknutselde uitnodiging stond die hun dochter Ria had gemaakt om familie, buren en vrienden warm te krijgen voor hun jaarlijkse grillfestijn. Ria gebood dochter Anne-Roos op luide toon de deur voor haar opa en oma te openen. Moeder was het dichtst bij de deur toen de bel ging, maar haar handen waren besmeurd met de yoghurtmarinade waarmee ze onhandig een twaalftal gamba’s insmeerde. De handen van Anne- Roos die aan de andere kant van het aanrecht verveeld een komkommer in blokjes stond te snijden zagen er keurig uit. De huid was goed gehydrateerd en de lange nagels perfect gelakt in de nieuwste modekleur. De twee waren samen al de hele dag bezig met de voorbereidingen van wat het gezelligheidshoogtepunt van het jaar moest worden. Niet dat Anne-Roos nou zo van koken hield, liever was ze die zaterdag met haar vriendin Lisette de stad in gegaan om te shoppen. Bij het doorbladeren van de ElleGirl had ze in de rubriek stijltips haar oog laten vallen op een revolutionaire lipgloss met reflecterende kristallen en een zwart strapless latex jurkje met roze accenten. Na de barbecue zou Anne-Roos naar Lisette gaan om daar met hun beste vriendinnetjes wat wodkaatjes achterover te slaan en vervolgens gezamenlijk naar de Escape te gaan. Zover was het nog lang niet, met tegenzin sjokte ze naar de voordeur. Met een gemaakte glimlach opende ze de deur voor haar minst favoriete grootouders. Gerrid kon het niet laten om een lullige opmerking te maken over de zwaar opgemaakte ogen van zijn kleindochter. Oma pakte Anne-Roos bij haar bovenarm en bracht haar gezicht snel naar dat van haar kleine. Anne-Roos had door dat deze spastische zogenaamde liefdevolle gebaren haar moesten afleiden van haar opa’s opmerking. Ze besloot haar oma dit niet te laten merken, maar tijdens de drie zoenen keek ze Gerrid wel vuil aan. Tot haar ergernis was hij zijn dogmatische ideeën over alles en iedereen, een overblijfsel uit zijn tijd als missionaris in Suriname, nog niet kwijt. Aan haar oma had ze in de strijd tegen Gerrid vrij weinig, zij slijt haar tijd tussen de boeken en leeft in een wereld van fictie. Gelukkig kon het niet lang meer duren voordat haar andere opa en oma (Berend en Marileine) zouden komen. De oude Berend met zijn indrukwekkende baard bewoog zich voort in een rolstoel, dus niet meer zo mobiel, maar ze kon in elk geval wel met hem lachen.



Anne-Roos had Gerrid en Trijntje nog maar net naar de tuin geleid toen het schelle geluid van de deurbel opnieuw door het huis galmde. Ria hoefde haar dochter dit keer geen instructies te geven, ze rende uit zichzelf al. Als eerste omhelsde Anne-Roos Berend. De haren van zijn woeste baard prikten zachtjes in haar gezicht en veegden haar foundation op een wang uit. Marileine kreeg een kus op haar voorhoofd. Hoewel Marileine drie jaar lang twee dagen in de week op haar kleindochter paste heeft ze altijd gepaste afstand tot haar bewaard. Niet dat het aan warmte ontbrak, het was Marileines eigen opvoeding die bepalend was. In haar jeugd was eerbied voor ouderen erin geramd. Na het warme welkom duwde Anne-Roos haar opa met alle kracht die ze in haar dunne armpjes bezat de drempel over, de gang door, naar haar andere opa en oma, vader Cor en broertje Arend-Jan. De familie zat opgewekt op de witte plastic tuinstoelen tussen de lavendel en de laven. Arend-Jan staarde gebiologeerd naar een boven de paarse bloemetjes zoemende bij. Pas nadat ze drie keer zijn naam had genoemd had ze zijn aandacht. Arend-Jan was vijf jaar jonger dan haar en was ter wereld gekomen met het syndroom van Down. Als kleuter had Anne-Roos zich geschaamd voor haar broertje, maar inmiddels ontfermde ze zich als geen ander over hem. Als de twee samen over straat liepen riepen ze associaties op van The Beauty and The Beast. Wonder boven wonder lukte het Anne-Roos haar broertje bij de mensen te krijgen. Het gezelschap was nog niet compleet. Oom Jos had laten weten dat hij later kwam vanwege een spoedklus op een middelbare school. Hij moest er als de wiedeweer voor zorgen dat het netwerk daar weer in orde kwam. Uiteindelijk was het al zeven uur toen Jos kwam binnenzetten. Anders dan de andere gasten kwam hij gelijk via de achtertuin binnen. Hij sloop als een hongerige sluipschutter door de bosjes en verraste de rest met een beestachtige brul. Ria slaakte een gil en liet spontaan haar drumstick op de tegels vallen. Cor die net bezig was een karbonade om te keren op de grill kon zijn broers actie wel waarderen en gaf Jos een hartelijke mep op zijn schouder. In deze impulsieve beweging vloog het snoeihete stuk barbecuegereedschap uit zijn hand. Het stomme toeval wilde dat het ding met een klap tegen het poppige gezicht van Anne-Roos kwam. Het meisje hield eerst haar mond, maar toen ze een kleverig stukje huid voelde begon ze onbedaarlijk te krijsen. Dit schelle geluid vormde het startsein voor een dierlijk gevecht waarbij niemand werd ontzien en het gruwelijke einde van een familietraditie.

maandag 9 november 2009

Ge(en)makkelijke moestuin

Als kleuter heb ik mijn ouders weken lang gesmeekt om een eigen stukje tuin. Niet dat wij thuis nou enorme lappen onbebouwde lappen vruchtbare grond tot onze beschikking hadden, maar ik vond het heel gewoon dat ouders dat hun kind gunden. Het liefst had ik eigenhandig maïs gezaaid. Ik zag al voor me hoe papa die goudgele rakkers na een paar maanden nog verstopt in hun schutbladeren voor mij op de barbecue kon leggen en hoe ik er even later royaal voorzien van boter en zout aan zou kunnen kluiven. Om de velletjes van de maïskorrels die eventueel tussen mijn tanden zouden kunnen blijven zitten maakte ik me nog niet druk, om langs mijn kin druipende gesmolten boter even. Ondanks de grote die ik opzette en ontelbare alsjeblieft bleven mijn ouders nee zeggen tegen mijn wens om een eigen stukje grond. Om de pijn te verzachten kocht mijn vader een jaar later wel een pc-game voor me waarmee ik virtueel kon tuinieren. In een bak vol cd-roms kwam hij tijdens de PC-Dumpdag in de RAI Forever Growing Garden tegen. Met op de hoes breed lachende wortels en pepers kon hij deze onmogelijk laten liggen. Hoewel de uren lang digitaal zaaien en oogsten geen zelf verbouwde groenten op mijn bordje opleverde leverde het spelen wel een hoop plezier op.




Sinds vandaag heb ik een  stuk land! Ik hoef niet met een vertrokken gezicht door de regen te fietsen om er te komen, het is namelijk net zo digitaal als mijn tuintje in mijn Forever Growing Garden-tuintje. Mijn landje maakt deel uit van de applicatie FarmVillle. Ik kom er door in te loggen op sociale netwerksite Facebook. Ik ben niet de enige die online boert, na vijf maanden kent het spel al 64 miljoen spelers. Waar het steeds minder aantrekkelijk wordt om een offline boeren bedrijf te beginnen, ploegen en planten hordes internetters er vlijtig op los. Ik was niet meteen enthousiast. Al die extraatjes op Facebookpagina's zijn mij een doorn in het oog. Wat mij betreft geldt hoe strakker hoe beter. Bovendien ligt verslaving op de loer, als ik ergens aan begin wil ik het eigenlijk ook goed doen en daar is tijd mee gemoeid. Na tientallen FarmVille-invitations van Facebookvrienden uit allerlei categorieen te hebben genegeerd maakte ik uiteidelijk toch een FarmVille-account aan. Sucker. Het smekende vriendinnetje van mijn broertje kon ik nog net weerstaan, maar een collega die de halve dag naast je het spelletje speelt en met grote ogen zegt jou dolgraag als 'neighbour' wil daar kan je geen nee tegen zeggen. 'Neighbours' zijn cruciaal in FarmVille, ze helpen je als er wasberen je tuin hebben geruineeerd en bemesten je land zodat je gewassen harder groeien. Zo was ik als verse FarmVille-boerin tussen mijn reguliere werkzaamheden door fanatiek mijn land aan het vormgeven en bijhouden. Tuinieren is emotie, digitaal of niet. Geloof me (hoe belachelijk het ook klinkt) het raakte me toen ik na een dag niet inloggen mijn aardbeien verdord aantrof, bijna net zo hard als toen het tot me doordrong dat ik dat stukje tuin bij mijn ouders in de achtertuin nooit zou krijgen. 

zaterdag 7 november 2009

Name calling

"Sereen, Fenna noemde je vandaag Secreta toen ze het met Tascha over jou had" zei mijn broertje vanuit de deuropening. Ik was al een half uur geconcentreerd bezig met een verjaardagscadeautje voor een vriendinnetje. Hoofd schuin, ogen beetje toegeknepen, tong een heel klein stukje uit mijn mond. Verschrikt keek ik op van het kralen rijgen. Ik zat in groep zeven en mijn buurmeisje had een lelijke bijnaam voor me verzonnen. Een woord dat voor dat broertje van me nog geen lading had. Het woord secreet kende ik zelf allang van Van Dale Junior, de kinderversie van het woordbordspel voor taalfreaks.




Ik ben gevoelig voor mooie dingen en tegelijkertijd krijg ik ook de kriebels van lelijke dingen. Foute kaarsplateaus, slecht afgewerkte t-shirts, vloekende flyers: ai! Met woorden heb ik dit ook. Het woord secreet en de verbastering Secreta zorgden toen voor een rilling over mijn rug en nu (oke, misschien in afgezwakte vorm) nog steeds. De lettercombinaties klinken hard en brengen bij mij het beeld van de ultiem hekserige Cruela de Vil met haar uitgemergelde kop, boze ogen, warrige duo-penotti haren en puntige vingers gestoken in bloedrode handschoenen. En nu noem ik mezelf dan Takkenwijf (met tussen-n dus). Niet bepaald een mooie naam, aan de harde kant zelfs. Maar zelfbenoemd dus niet pijnlijk, eerder krachtig. Heb de vrijheid er zelf inhoud aan te geven, hoezee!